Oostenrijk, we zijn er weer geweest. En iedere keer wanneer we daar naartoe rijden, gebeurt er iets met mij. Zodra de bergen langzaam voor ons opdoemen, voel ik de rust al komen. Alsof mijn lichaam ze herkent en denkt: ja, we zijn er weer.
Ik vind het moeilijk om precies uit te leggen wat de bergen met mij doen. Het is de stilte, de ruimte, de schone lucht, maar ook het gevoel dat je daar even weg bent van alle drukte. Je zit niet zo op elkaars lip en wordt veel minder overspoeld door alles wat er om je heen gebeurt. In Nederland, en zeker in de Randstad, leven we toch behoorlijk hutjemutje. Er zijn altijd mensen, geluiden, verkeer en prikkels om je heen. Ik merk dat ik al meer rust ervaar wanneer we richting het oosten van Nederland gaan, waar alles wat ruimer voelt. Maar zodra ik tussen de bergen sta, gebeurt er nog iets anders.
Misschien is het juist die ruimte waardoor je ook weer dichter bij jezelf komt. Je hoeft even niet zoveel van de wereld om je heen op te vangen en kunt beter voelen wat van jou is. Ik heb zelfs het idee dat mensen daardoor toleranter naar elkaar worden. Als je letterlijk meer ruimte hebt, ontstaat er misschien ook meer ruimte voor elkaar. De natuur doet sowieso iets met ons. Tijd doorbrengen in de natuur wordt in onderzoek in verband gebracht met minder stress en meer ontspanning. Maar als ik daar loop, hoef ik daar eigenlijk geen onderzoek voor te lezen. Ik voel het gewoon. Die enorme bergen zetten alles voor mij even in een ander perspectief. Ze staan daar zo stil en krachtig en lijken zich totaal niet druk te maken over alle dingen waar wij ons dagelijks zo druk om kunnen maken.
Dit jaar merkte ik tijdens onze bergwandelingen dat de bergen mij niet alleen rust brachten, maar me ook iets lieten zien. Ik heb de afgelopen tijd veel stilgestaan. Letterlijk, doordat ik minder heb bewogen, maar ergens misschien ook figuurlijk. En dan ineens weer die bergen in gaan en omhoog wandelen, dat voelde ik behoorlijk. De hoogte, de ijlere lucht, mijn conditie en het klimmen maakten dat ik een aantal keer op een punt kwam waarop mijn eerste gedachte heel duidelijk was: ik kan niet meer.
Mijn lichaam wilde stoppen en mijn hoofd eigenlijk ook. Maar in plaats van meteen op te geven, stond ik even stil. Niet om ermee te stoppen, maar om te vertragen. Even mijn ademhaling terugvinden, om me heen kijken, voelen wat mijn lichaam nodig had en daarna kijken of ik nog verder kon. En meestal kon dat. Nog een stukje verder, nog een bocht en nog een paar stappen omhoog. Daar begon ik iets te voelen wat eigenlijk veel verder ging dan alleen die bergwandeling. Want wanneer is iets werkelijk mijn grens en wanneer voelt iets als mijn grens omdat het moeilijk of ongemakkelijk wordt?
Ik hoef niet dwars door mijn grenzen heen en dat is ook niet wat ik daar leerde. Juist niet. Ik leerde om ernaar te luisteren, om even stil te staan, te voelen en pas daarna te beslissen wat ik nodig had. Soms was dat langer rusten en soms ontdekte ik dat er na een paar minuten weer genoeg ruimte was om verder te gaan. Ergens tijdens die wandelingen kwam ook het besef dat stilstaan niet altijd hetzelfde is als rust nemen. Soms kan niets doen ook een manier zijn om niet te hoeven voelen, een soort verdovingsmechanisme. Want als je niet beweegt, kom je misschien ook minder snel op die punten waarop iets begint te schuren.
Op die berg kon ik daar niet omheen. Ik voelde mijn benen, mijn ademhaling, mijn vermoeidheid en mijn weerstand. Ik voelde die gedachte ik kan niet meer, maar ik voelde daarna óók wat er gebeurde wanneer ik mezelf de tijd gaf om even te vertragen. En misschien raakte me dat nog wel het meest, want vertragen betekent niet automatisch stoppen. Vertragen kan ook betekenen dat je even bij jezelf terugkomt, voelt wat je nodig hebt en vanuit daar weer verdergaat.
Ondertussen was daar steeds die prachtige natuur. De schone lucht, de stilte, mijn gezin om mij heen en die enorme bergen waar je jezelf soms ineens heel klein tussen voelt. Geen haast om ergens anders te zijn en geen lijst met wat er allemaal nog moet gebeuren. Gewoon genieten van waar we op dat moment waren, van het hier en nu.
Daarom voelde deze vakantie anders. Natuurlijk was Oostenrijk weer prachtig en hebben we gewandeld, genoten en vooral heel veel tijd met elkaar doorgebracht. Maar mijn favoriete vakantieland gaf mij dit jaar iets extra's. De bergen brachten mij niet alleen tot rust, ze brachten mij dichter bij mezelf. Ze lieten me voelen dat ik soms mag stoppen zonder op te geven en dat ik mag vertragen zonder stil te blijven staan. Ook die eerste gedachte ik kan niet meer hoeft niet altijd te betekenen dat ik daadwerkelijk niet meer kan. Soms heb ik gewoon even tijd nodig om te voelen, adem te halen en opnieuw te kijken, waarna die volgende stap vanzelf weer kan komen.
Misschien is dat wel waarom de bergen voor mij zo helend voelen. Ze hoeven niets te zeggen en ze hoeven niets voor je op te lossen. Ze zijn er gewoon, stil, stevig en krachtig. En ergens tussen die bergen, de schone lucht, het bewegen en mijn gezin om mij heen, voelde ik mezelf weer een stukje meer. Oostenrijk gaf mij dit jaar niet alleen een heerlijke vakantie, maar ook een stukje bewustwording dat ik mee naar huis neem: ik hoef niet altijd door, maar ik hoef ook niet stil te blijven staan. Soms is vertragen precies wat ik nodig heb om weer te kunnen voelen welke kant ik op wil.
Oostenrijk, je gaf me dit jaar iets meer. 🤍
Reactie plaatsen
Reacties